BHV cursus Kind en Omgeving

Lees meer

BHV cursus Kind en Omgeving

De BHV-cursus Module Kind en Omgeving is gericht op medewerkers van de volgende doelgroepen:

  • Medewerkers kinderdagverblijf
  • Medewerkers BSO
  • Medewerkers dagopvang kinderen
  • Leerkrachten basisschool
  • Medewerkers consultatiebureau en Centrum van Jeugd en Gezin
  • Vrijwilligers en medewerkers van kinderrijke locaties

Tijdens de twee dagen durende basistraining BHV Kind en Omgeving leert u de volgende vaardigheden toe te passen in de praktijk, specifiek afgestemd op de risico’s en letsels in een kinderrijke omgeving.

Boek hier uw BHV Kind en omgeving


  • Meer dan 20 jaar ervaring
  • Cursus op maat
  • Cursus op locatie
  • Inclusief trainingsboek
  • NIKTA gecertificeerd
  • Realistische oefenpoppen

BeCare – Let’s Save Lives Together




 

Hoe alarmeer je de hulpdiensten?

Als je bij een incident of ongeluk betrokken raakt, is het noodzakelijk dat de hulpdiensten zo snel mogelijk worden ingeschakeld. Elke seconde telt! Dit laat je bij voorkeur door iemand anders doen, bijvoorbeeld door een omstander. Zelf blijf je bij het slachtoffer. Ben je helemaal alleen? Roep dan eerst om hulp! Als er niemand in de buurt is, verleen dan zelf Eerste Hulp.

Wanneer moet je alarmeren?

  • Om te weten welke hulp nodig is, is het belangrijk om te weten wat de letsels zijn. Voor een schaafwond schakel je uiteraard geen hulpdiensten in.
  • Zijn hulpdiensten nodig, bel dan onmiddellijk 1-1-2. 1-1-2 is een Europees noodnummer. Vanuit de centrale wordt alle verdere hulp georganiseerd zoals politie en brandweer.
  • In een aantal gevallen moet je onmiddellijk alarmeren. Als er veel slachtoffers zijn, als het slachtoffer niet veilig kan worden benaderd en als de gevaren te groot zijn om de alarmering uit te stellen tot na de benadering van het slachtoffer (bijvoorbeeld bij een lekkende tank of een ongeval op de snelweg).

Hoe kun je alarmeren?

  • Vaste telefoontoestellen. Het nummer 112 is gratis. In openbare telefoontoestellen heb je geen geldstukken of telefoonkaart nodig. Wanneer je belt, krijg je geen beltoon. Wacht dus tot je contact krijgt met de centrale.
  • Praatpalen. Langs grote verkeersaders vind je om de 2 km een praatpaal. De dichtstbijzijnde praatpaal wordt aangegeven met pijltjes op de verlichtingspalen of op kilometerbordjes. Op de paal staat een knop die je moet indrukken om met de politie te spreken. Deze praatpalen kun je gebruiken om een ongeval of mechanisch defect te melden en om dringende inlichtingen te vragen. De politie verwittigt de nodige diensten.
  • GSM. Let erop dat je gsm een goede plaatsbepaling geeft. Als je 112 belt, word je met de dichtstbijzijnde hulpcentrale verbonden.

Wat zeg je?

  • Wat er is gebeurd en wat de gevaren zijn. Geef een juiste beschrijving van het ongeval, kort en bondig. Probeer de telefonist niet te overtuigen dat het dringend is. Elke oproep is dringend. Vermeld alle gegevens die nodig zijn om de juiste hulpdiensten te sturen: slachtoffer dat moet worden bevrijd, brand- of ontploffingsgevaar, gaslek, vermoedelijk aantal slachtoffers, toestand van de slachtoffers etc.
  • Waar het gebeurd is. Gemeente, wijk, straat, huisnummer, eventueel verdieping, grote herkenningspunten in de omgeving (groot warenhuis, benzinestation of monument).
  • Wie de slachtoffers zijn en in welke situatie ze zich bevinden. Hoeveel slachtoffers? Gaat het om kinderen, volwassenen of bejaarden? Eventueel andere gegevens als deze belangrijk zijn. Denk maar aan een zwangere vrouw of een hartpatiënt. Vermeld zeker de vitale functies. Bij een bewusteloos slachtoffer en bij een ademhalings- of circulatiestilstand wordt een speciaal team uitgestuurd met de vereiste apparatuur.

Bijvoorbeeld:

‘Op Zernikeweg 37 Middelharnis Industrieterrein Oostplaat is een slachtoffer met een circulatiestilstand, de voordeur staat open. Reanimatie met AED is gestart. Volwassen mannelijk slachtoffer 55 Let op Zernikeweg 37 is in de eerste links bij oprijden Zernikeweg, op gevel staat BeCare.’

Boek hier uw BHV Kind en omgeving
 

Download de brochure voor een volledig informatie overzicht.

Download brochure

 


Oogletsels

Welke Eerste Hulp kan een BHV’er nu verlenen bij oogletsel? Allereerst zal hij moeten bepalen of het nodig is 1-1-2 te alarmeren of dat hij zelf met het slachtoffer naar een arts of Spoed Eisende Hulp kan gaan. Het handelen van de BHV’er hangt af van het soort oogletsel.

Zorg in alle gevallen dat het slachtoffer niet in de ogen gaat wrijven. Haal geen voorwerpen uit het oog, laat ook contactlenzen zitten.

Boek hier uw BHV Kind en omgeving
 

Let’s Save Lives Together

 

 


Kneuzingen en verstuikingen

Wat stel je vast bij een kneuzing?

  • Soms: blauwe plek
  • Vooral pijn tijdens belasting
  • Mogelijk zwelling

Wat doe je bij een kneuzing?

  • Bij twijfel over de ernst van het letsel of bij abnormale stand: altijd handelen als bij een botbreuk.
  • Koel de plaats maximaal 20 minuten onder lauw, zacht stromend water of met ijs of een coldpack. Houd ijs of een coldpack niet rechtstreeks tegen de huid. Wikkel het ijs of de coldpack bijvoorbeeld in een schone theedoek.
  • Adviseer het slachtoffer een (huis)arts te raadplegen, zeker als de pijn niet verminderd of de zwelling blijft toenemen.

Wat heb je nodig?

  • Lauw water of een coldpack of een plastic zak met ijsblokjes en een scheutje water
  • Schone theedoek
Boek hier uw BHV Kind en omgeving
 

 


Botbreuken, ontwrichtingen en wervelletsels

De BHV’er kan alleen hulpverlenen bij botbreuken en ontwrichtingen aan armen of benen. De Eerste Hulp bij overige breuken moet worden overgelaten aan professionele hulpverleners.

Handelen bij gesloten breuken en ontwrichtingen als volgt:

Beoordeel of het nodig is het interne alarmnummer of 1-1-2 te (laten) alarmeren.

Zorg dat het getroffen lichaamsdeel NIET KAN BEWEGEN.

Ondersteun het getroffen lichaamsdeel. Maak een dekenrol bij een breuk aan de benen of bekken. Neem de maat voor de lengte van de deken aan de niet geblesseerde kant van het lichaam. Plaats de dekenrol naast het gebroken lichaamsdeel. Bij het gebroken arm kan het slachtoffer de gebroken arm met zijn andere arm en hand ondersteunen. Bij een onderarmbreuk kan ook een mitella worden aangelegd. Bij breuken van de elleboog en armbreuken boven de elleboog wordt een brede das aangelegd.

Wacht op de ambulance of ga met het slachtoffer naar de Spoed Eisende Hulp.

Handelen van de BHV’er bij wervelletsel:

Het enige dat een BHV’er kan doen bij een slachtoffer met mogelijk wervelletsel is zo snel mogelijk alarmeren en het slachtoffer laten liggen zoals het is aangetroffen. Zorg dat het slachtoffer NIET BEWEEGT. Zorg dat ook omstanders het slachtoffer met rust laten. Bescherm het slachtoffer eventueel tegen kou door hem toe te dekken met een deken. Wacht op deskundige hulp.

Boek hier uw BHV Kind en omgeving
 

 


Brandwonden

Wat te doen bij brandwonden
  • Koel alleen de brandwonden
  • Smeer niets op de brandwonden
  • Koel tenminste 10 minuten de brandwonden met lauw stromend water
  • Zorg ervoor dat het slachtoffer niet onderkoeld raakt
  • Dek brandwonden zo schoon of steriel mogelijk af
Boek hier uw BHV Kind en omgeving
 

 


Reanimatie

Zorg dat jij een slachtoffer kan helpen! Hieronder het stappenplan om dit zo goed mogelijk te doen:

  • Controleer voorzichtig of het slachtoffer bewusteloos is. Krijg je geen reactie op vragen en het voorzichtig schudden aan de schouder, bel dan meteen 1-1-2. De medewerkers van 1-1-2 geven je instructies hoe je het slachtoffer moet reanimeren.
  • Maak vervolgens de luchtweg vrij van het slachtoffer. Leg het slachtoffer op de rug en kantel het hoofd iets naar achteren. Mocht het slachtoffer na 10 seconden nog niet ademhalen, start dan met reanimatie.
  • Begin met borstcompressies. Dit doe je door het borstbeen naar binnen te duwen (tussen de vier a vijf centimeter). Herhaal dit met een regelmaat van ongeveer 100 keer per minuut.
  • Als je zo’n dertig keer het borstbeen hebt ingedrukt, begin dan met beademen. Controleer eerst of er niets in de mond van het slachtoffer zit. Vervolgens doe je je mond over de mond van het slachtoffer en blaas je hier zo’n twee seconden in. Je hebt genoeg ingeblazen als de borstkas omhoog komt. Dit doe je tweemaal.
  • De combinatie van dertig borstcompressies en tweemaal beademen herhaal je tot er professionele hulp is gearriveerd.
Boek hier uw BHV Kind en omgeving
 

 

Gebruik van de AED

Het apparaat bevat 2 elektroden die op de ontblote borstkas van het slachtoffer geplakt moeten worden. Een AED analyseert het hartritme zodra de elektroden aangesloten zijn.

Daarna geeft het apparaat gesproken opdrachten aan de hulpverlener. Het apparaat vertelt precies wat hij moet doen, namelijk:

  • óf doorgaan met reanimeren
  • óf een elektrische schok toedienen

Belangrijk om te weten:

  • De AED geeft alleen een schok als dat nodig is. Het is niet mogelijk een schok toe te dienen aan iemand die geen circulatiestilstand heeft of als het hartritme weer hersteld is

Bij iets minder dan de helft van de slachtoffers buiten het ziekenhuis is kamerfibrilleren de oorzaak van de circulatiestilstand. Alleen bij deze groep patiënten is defibrillatie mogelijk én noodzakelijk. Zij hebben een zogenaamd schok baar ritme. Bij andere oorzaken van een circulatiestilstand is defibrillatie niet mogelijk en is de kans op overleven klein.

Boek hier uw BHV Kind en omgeving
 

 

Brand en gevaren bij brand

Prioriteiten stellen
Als er binnen zeer korte tijd veel acties uitgevoerd moeten worden, is het van belang om goed te bekijken wat de eerste prioriteit heeft. Hiervoor worden de volgende stelregels gebruikt:

  1. Zorgen voor de eigen veiligheid.
  2. Redden en verkennen.
  3. Uitbreiding van de brand voorkomen.
  4. Nevenschade voorkomen.

Zorgen voor veiligheid van anderen
Om zo weinig mogelijk slachtoffers bij brand te krijgen, is het zaak dat iedereen ervoor moet zorgen zo snel mogelijk buiten de gevarenzone te komen. Meestal gaat de BHV in geval van brand dan ook over tot het ontruimen van het gebouw, de afdeling of de etage.

Zorgen voor eigen veiligheid
BHV’ers moeten door hun functie in de incidentbestrijding acties binnen een gevaarlijke zone uitvoeren. Denk hierbij aan alarmeren, eerste blussing of ontruimen. Deze activiteiten mogen nooit tot een levensbedreigende situatie voor de hulpverlener leiden. In dat geval is het handiger om de taak te laten uitvoeren door een professionele hulpverlener (brandweer).

Redden en verkennen
Het redden en verkennen is de belangrijkste taak van BHV’ers. Hierbij moet een BHV’er kijken of ze slachtoffers in veiligheid kunnen brengen en controleren wat er nu daadwerkelijk aan de hand is. Belangrijk is dat dit in dezelfde actie gebeurt, zodat kostbare tijd niet verloren gaat. De zogenaamde ‘kubusgedachte’ kan hierbij behulpzaam zijn.

Boek hier uw BHV Kind en omgeving
 

 

De taak van de BHV-er bij een brand en een ontruiming

1) Druk het glas van een blauwe handmelder in om alle aanwezigen op de hoogte te brengen van de ontruiming.

2) Bel 112 (eerst een 0 voor de buitenlijn!), informeer en beantwoord de vragen.

3) Trek je het gele BHV-vest aan.

4) Neem de presentielijsten mee!

5) Zo een EHBO-koffer meenemen.

6) BHV’ers verzamelen in de centrale hal beneden. Als deze niet bereikbaar is verzameld men in de ontmoetingsruimte

7) Taken verdelen aan overige BHV’ers. Bij gebrek aan BHV’ers collega’s of vrijwilligers aansturen.

8) BHV’er aanwijzen die de hulpdiensten te woord gaat staan.

Meldt dat niemand de lift mag gebruiken!!!

  • Twee personen de eerste verdieping laten ontruimen en af laten melden bij de BHV-leider. Vervolgens kunnen zij naar de verzamelplaats buiten het hek aan de rechterkant.
  • Twee personen de begane grond laten ontruimen en af laten melden bij de BHV-leider. Vervolgens kunnen zij naar de verzamelplaats buiten het hek aan de rechterkant.
  • Twee personen buiten op de verzamelplaats de hulpdiensten en de groepen laten opvangen. Geef deze personen de presentielijsten en een EHBO-kist mee!

9) Als iedereen buiten is stel jezelf op de hoogte van de situatie op de verzamelplaats. Controleer op:

  • Vermisten
  • Gewonden
  • Aanwezigheid hulpdiensten
  • Overige bijzonderheden

10)  Verleen zo nodig hulp aan gewonden

11)  Aangewezen BHV’er stelt hulpdiensten op de hoogte van:

  • Vermiste personen
  • Plaats van de calamiteit
  • Aanwezigheid gevaarlijke stoffen
  • Afsluitpunt van gas en elektra

12)  De BHV-leider blijft de hele tijd beschikbaar

Voorbereiding van een ontruiming
Het doel van een ontruiming is om mensen zo snel mogelijk op een veilige plek te brengen. Mensen moeten binnen 15 minuten een gevaarlijke plek in een gebouw kunnen verlaten. Om een ontruiming goed te laten verlopen, moeten er vooraf een aantal zaken geregeld zijn.

Alarmering
Als er ontruimd moet worden, worden alle aanwezigen zo snel mogelijk op de hoogte gebracht. Dit kan bijvoorbeeld door een ontruimingssignaal (slow whoop of via een omroepinstallatie). Na de alarmering gaat iedereen zo snel mogelijk naar de verzamelplaats. Het is dus belangrijk dat alle medewerkers het signaal herkennen en weten waar de verzamelplaats is.

Vluchtwegen
Het is belangrijk dat er op elk moment van de dag voldoende verlichting is om te kunnen vluchten. De vluchtwegen moeten ook worden aangegeven met vluchtwegaanduidingen. Om het ontruimen goed te laten verlopen moeten alle vluchtwegen uiteraard goed toegankelijk zijn. De deuren op vluchtwegen moeten zonder sleutel kunnen worden geopend. Daarnaast is het goed als het personeel weet wat de vluchtwegen zijn en waar de nooduitgangen zich bevinden.

Ontruimingsprocedures
Werknemers moeten weten wat zij moeten doen bij een ontruiming. Hiervoor worden door een organisatie ontruimingsprocedures opgesteld. Tijdens een ontruimingsoefening worden deze procedures geoefend.

Verzamelplaats
Het is belangrijk dat iedereen bij een ontruiming naar de verzamelplaats gaat. De BHV kan dan controleren of iedereen het pand uit is. Ook kan iedereen dan geïnformeerd worden over het verdere verloop van de ontruiming.

Oefenen
Door regelmatig een ontruiming te oefenen, leren medewerkers wat ze bij een echte calamiteit moeten doen. Tijdens het oefenen kunnen ook verbeterpunten voor het ontruimingsplan naar voren komen. Verbeterpunten kunnen dan worden aangepakt voordat zich een echt incident voordoet.

De training BHV-cursus Kind en Omgeving wordt afgesloten met een competentietoets conform de richtlijnen van het NIKTA of NIBHV, onder toezicht van een gecertificeerd instructeur. De geslaagde deelnemer ontvangt het landelijk erkende diploma van NIKTA of NIBHV, dat 1 jaar geldig is. Het volgen van een jaarlijkse herhalingstraining verlengt de geldigheid met telkens 1 jaar.

Bewijs van deelname
Nadat u alle leermodules volledig heeft doorlopen en geslaagd bent voor uw online theorie-examen krijgt u toegang tot het ”Bewijs van deelname”. Dit bewijs is geen certificaat. Om in het bezit te komen van een BHV-certificaat dient u een praktijk dag BHV Kind & Omgeving Herhaling te volgen. Dit bewijs is uw toegangsbewijs voor de praktijkdag. U dient dit bewijs te printen en mee te nemen naar de praktijkdag.

Boek hier uw BHV Kind en omgeving

BeCare is NIKTA Gecertificeerd:


 


  • Brochure aanvragen

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.